De Rasstandaard

Standaard FCI  (nr.332)

 De Tsjechoslowaakse Wolfhond

 

Oorsprong:

Tsjecho-Slowakije

Classificatie F.C.I. :

Groep 1: Herdershonden en veedrijvers - Sectie 1

 

Algemeen uiterlijk

Stevige constitutie, boven gemiddelde grootte, met hoekig voorkomen. 
Ziet er door lichaamsbouw, beweging, beharing, vacht, kleur en masker uit als een wolf.

Gedrag en karakter

 

Temperamentvol, zeer actief, uithoudingsvermogen, leergierig, snel van reactie, zonder angst en moedig. Achterdochtig, maar valt niet zonder reden aan. Zeer trouw aan de baas. Bestand tegen elk weertype en veelzijdig bruikbaar.

Levensverwachting

12 – 18 jaar.

Kop

Symmetrisch, goed gespierd, gezien van opzij en boven vormt de kop een stompe driehoek. Onmiskenbaar verschil in sekse.

Schedel

 

Van opzij en van voren gezien is een licht gewelfde schedel zichtbaar. 
Geen opvallende welving, het achterhoofdsbeen is goed zichtbaar. De lengte van de bek verhoudt zich ongeveer als 2 tot 3 t.o.v de lengte van de schedel

Stop

Matig.

Neus

Ovaal van vorm, zwart.

Gezicht

Glad, niet breed, rechte neusrug.

Lippen

Strak, liphoeken gesloten en zwart gekleurd.

Kaken / Tanden

Kaken sterk en symmetrisch, goed ontwikkeld gebit, vooral de slagtanden. 
Schaar of tandgebit met 42 tanden in de normale formatie. Regelmatig gebit

Wangen

Strak, goed gespierd, niet opvallend zichtbaar.

Ogen

Klein, schuin, barnsteenkleurig. Goed aansluitende oogleden.

Oren

 

Staand, smal, driehoekig, kort (d.w.z. niet langer dan 1/6 van de schofthoogte). 
De zijdelingse oorpunt en de buitenzijde van de ooghoek liggen op één lijn. 
Een gedachte verticale lijn van de tip van het oor zou loodrecht langs de kop naar beneden lopen

Nek

Strak, goed gespierd, laat in ruststand met de rechte rug een hoek van 40° zien. De nek moet zo lang zijn dat de neus de grond makkelijk raken kan.

Bovenste profiellijn

Vloeiende overgang van nek naar lichaam, licht oplopend.

Schoft

Goed gespierd, uitgesproken, maar mag de golving van de profiellijn niet verstoren. 

Rug

Stevig, recht.

Lende

Kort, goed gespierd, niet breed, licht aflopend.

Kruis

Kort, goed gespierd, niet breed, licht aflopend.

Borst

 

Symmetrisch, goed gespierd, ruim, peervormig met versmalling richting borstbeen. 
De borstbreedte reikt niet tot de ellebogen. De punt van het borstbeen steekt niet uit t.o.v. het schoudergewricht

Onderste profiellijn en buik

Strakke buik, opgetrokken. Licht ingetrokken flanken.

Voorste ledematen

De voorpoten zijn recht, stevig en droog, dicht bij elkaar met licht naar buiten gedraaide voeten

Schouders

De schouder zit tamelijk ver naar voren en is goed gespierd. Hij vormt met het schouderblad een hoek van circa 65 °.

Ellebogen

Goed geplaatst, niet naar binnen of buitendraaiend, uitgesproken, goed beweeglijk. Boven en onderarm vormen een hoek van ongeveer 150 °.

Onderarm

 

Lang, droog en recht. De lengte van onderarm en middenvoet bedraagt 55% van de schofthoogte.

Voorvoet wortelgewricht

Sterk, beweeglijk.

Voeten

Groot, licht naar buiten gedraaid, met lange gebogen tenen en sterke, donkere nagels.

Achterste ledematen

Krachtig. De achterpoten staan parallel. Een verticale lijn van de heup loopt recht door het midden van het sprong gewricht.

Bovenbeen

Lang, goed gepierd, vormt met het bekken een hoek van ongeveer 80 °. Het heupgewricht is stabiel en goed beweegbaar.

Knieën

Sterk, goed beweegbaar.

Onderbeen

Droog, goed beweegbaar.

Spronggewricht

Sterk, goed beweegbaar.

Middenvoet

Lang, droog, staat bijna loodrecht op de grond.

Voeten .

Lange, gebogen tenen met sterke, donkere nagels. Geprononceerde voetzolen

Gangwerk

Harmonische, lichtvoetige en ruime tred, waarbij de voetzolen dicht langs de grond bewegen. Kop en nek neigen naar voren. In stap, telganger.

Huid

Elastisch, strak, zonder vouwen, zonder pigment

Vachtgesteldheid

 

Glad, dicht opeen. Het winter en zomerhaar is zeer verschillend. 
In de winter overwegend dikke onderwol, die het hele lichaam van een dichte beharing voorziet. Het is belangrijk dat het haar de buik, de binnenkant van de achterpoten, de balzak, de binnenkant van de oorschelp en de vlakken tussen de tenen bedekt. Goed behaarde nek.

Kleur

Geelgrijs tot zilvergrijs met het karakteristieke lichte masker. Licht haar aan de hals en voorkant van de borst.

Schofthoogte

 

De lichaamslengte is langer dan de schofthoogte, verhouding ongeveer als 10 tot 9.
De schofthoogte reuen minimaal 65 cm.
De schofthoogte teven minimaal 60 cm.

Gewicht

Van de reuen minimaal 26 kg.     Van de teven minimaal 20 kg.

Fouten

 

Iedere afwijking van de eerder genoemde punten moet als fout gezien worden en de mate daarvan moet in de juiste proportie gezien worden.

Zware of lichte kop, vlak voorhoofd. 
Donkerbruine, zwarte of tweekleurige ogen.
Grof, hoog of laag aangezet oor.
Hoog opgerichte nek in ruststaand, lage houding van nek in stand.
Weinig uitgesproken schoft.
A-typische ruglijn.
Lang kruis.
Te weinig of te sterk gehoekte voorste ledematen, zwakke bespiering.
Zwak voorvoetwortelgewricht.
Lange, laag aangezette en niet goed gedragen staart.
Weinig masker.
Kort, golvend bewegingspatroon.

 

 

Uitsluitende fouten

 

Afwijkende proporties.
Gedrag- en karakterfouten.
A-typische kop, ontbrekende tanden, onregelmatig gebit.
A-typische plaats en / of stand van de ogen.
A-typische aanzet en / of vorm van de oren.
Halskwab.
Doorgezakte achterkant.
A-typische borstkas.
Foute stand / positie voorpoten
A-typische aanzet en dragen van staart

N.B. 

Reuen moeten twee zichtbaar goed ontwikkelde testikels ingedaald in de balzak hebben.